Nu ik me bewuster werd van alle gevoelens en sensaties in mijn lichaam kreeg ik ook meer aandacht voor de ademhaling. Om eerlijk te zijn, ik had er eigenlijk nooit zo geconcentreerd bij stilgestaan hoe belangrijk de adem en de manier van ademhalen voor me was.

Van een goede vriend kreeg ik het boekje ‘Not Always So’ van Shunryu Suzuki, Zen-meester. Het is gevuld met de beschrijving van overwegingen en korte lezingen over de manier waarop we met onszelf en het leven omgaan. Ik volgde het advies van mijn vriend om iedere dag een paragraaf te lezen. Iets wat ongeveer tien minuten in beslag nam.

Al in de eerste paragraaf schreef Shunryu Suzuki over de uitademing “… adem uit alsof het je laatste adem is voordat je sterft”, zegt hij “… en als je aan het einde een overweldigende behoefte voelt om in te ademen, voel dan dat je nog in leven bent”.

Ik besloot dat ik me, als ik een paragraaf van ‘Not Always So’ las, op mijn ademhaling zou gaan concentreren. Zo veranderde mijn idee over ademhaling. Ik visualiseerde bij iedere uitademing het afvoeren van alle gifstoffen, inclusief de mentale onzuiverheden. Daarna ging ik geen adem ‘halen’ maar in plaats daarvan adem ‘ontvangen’.  Dat maakte me dankbaar voor alles wat het Universum voor mij mogelijk maakte. Het verbond mij op een andere manier met het leven. Een prettige manier.

Voor Parkinson patiënten wordt een middenrif ademhaling geadviseerd. Dit in tegenstelling tot een borst ademhaling. Bij een middenrif ademhaling komt de zuurstof dieper in je longen en wordt beter bereikbaar voor al je organen. Los van allerlei mogelijk spirituele inzichten is het simpelweg een meer effectieve en efficiënte ademhaling. Je bereikt meer in minder tijd. Ik checkte vaak waar mijn ademhaling plaatsvond door mijn handen op mijn navel en borst te leggen. Als ik niet direct de middenrif ademhaling kon bereiken, dan ging ik plat op mijn rug liggen. Dat hielp vaak nog beter.

Het ging er ook om dat ik weer in staat was om opnieuw contact met mijn lijf te maken. Het lijf had me immers op een bepaalde manier in de steek gelaten. Later begreep ik beter dat mijn lijf mij niet in de steek had gelaten, maar dat het andersom was. Het werd tijd om het goed te maken want ik had onvoldoende geluisterd naar de signalen die mijn lijf gaf. Ik had mijn lijf in de steek gelaten.