Angst of vrees

Ik voelde me angstig. Heel erg angstig. In de kern is angst een functionele emotie; het kan er voor zorgen dat je geen onverhoedse stappen zet. Dat je geen domme dingen gaat doen of dat je het risico niet gaat opzoeken.
Maar waar moest mijn vrees me voor behoeden? Welke domme dingen zou ik kunnen gaan doen? Welk risico zou ik kunnen opzoeken?

Ik ervoer eigenlijk geen angst maar plakte een etiket op een gevoel dat er op leek, namelijk vrees. Vrees voor de toekomst. Dat Parkinson desastreuze gevolgen zou hebben. Dat ik me niet meer zou kunnen bewegen en afhankelijk zou worden van de hulp van anderen.

Vrees heeft te maken met een onrealistische perceptie van iets waarvan je niet weet of het gaat gebeuren. Vrees is verbonden aan ‘wat zal er gaan gebeuren’ en dat betekent dat vrees te maken heeft met datgene wat er niet is, wat niet bestaat. Als vrees gaat over het niet-bestaande dan is je vrees 100 % fantasie. Als mensen lijden onder iets dat niet bestaat, noemen we dat waanzin. Sommige mensen verkeren dus voortdurend in een sociaal geaccepteerde vorm van waanzin. Ik weet heel goed wat dat is. Ik heb een tijd lang geloofd dat het waanbeeld dat ik in mijn hoofd had, de waarheid was.
Terwijl ik vreesde leed ik daar ook onder. Geestelijk en lichamelijk. Ik leed onder iets wat mogelijk in de toekomst zou gaan gebeuren. Het leek alsof het waarheid zou worden. Het leek realiteit. Ik was alsmaar bezig om mijn geest te vertellen dat het waar zou zijn. Achteraf gezien hallucineerde ik, overigens weer in een sociaal geaccepteerde vorm.
Toen ik bewust werd van mijn vrees, de waanzin, mijn lijden, de hallucinatie werd het me ook duidelijk welk mentaal spel ik met mijzelf speelde. Ik realiseerde me dat dit niet een effectief middel was om beter te worden. Nu ik ervaren had welke enorme mentale krachten er in mij loskwamen door op deze manier te denken wist ik ook dat, als ik het omkeerde, er andere mentale krachten vrij zouden kunnen komen. Ik hoefde er eigenlijk weinig voor te doen, behalve de verbeelding te vullen met andere beelden. Parkinson lokte me uit om vooral de negatieve kant te zien. Mijn geest kreeg een uitdaging en had er zin in. Ik voelde dat dit een grote stap was in mijn proces.